Sierheesters en het andere boomkwekerij-assortiment

  • Lonicera: We beginnen met de absolute topper. Een fijn gestructureerd juweeltje met levendig frisgroen loof en zeer snelle groei! Plant er minimaal 7/m² om het gewenste effect te bekomen. Scheren kan perfect omwille van zijn sterk regenererend vermogen.

    Populair in gebruik is L. nitida ‘Maigrün’ met zijn lichtgroen loof en compacte, lage groei; L. pileata die donkerder is van blad en breder maar niet hoger groeit. Daarnaast L. nitida ‘Elegant’ die hoger groeit en dikwijls al meer aanleunt bij vakbeplanting dan bij bodembedekking.
  • Cotoneaster: Een harde plant die wat trager groeit maar die eens gevestigd goed zijn taak vervult. Cotoneaster is in grote groepen intens donkergroen van kleur. De perfecte achtergrond voor heesters met lichtende of gepanacheerde bladeren. Ook groepjes heesterrozen kunnen deze fond opfleuren.

    Let er op om hiervan nooit minder dan 8 stuks per m² te planten! Het zou veel te lang duren vooraleer het bodemafsluitend effect zich inzet! ‘Coral Beauty’, ‘Eichholz’, C. dammeri ‘Major’, ... worden veelvuldig toegepast.
  • Hedera: De alom bekende klimop Hedera helix ‘Hibernica’. Massaal gebruikt maar toch al wat van zijn sterren verloren. Bladvlekken en wortelziekten spelen hierin een rol. Daar waar zeer grote partijen werden geplant vallen hier en daar gaten in door afgestorven planten (zie foto). Toch nog een goede bodembedekker maar varieer eens door bv. ‘Woerner’ te gebruiken. Een gezonde variëteit met donker, groot blad. Plantdichtheid: 8/m². Bij het plantgoed is de lengte van de planten van ondergeschikt belang. Liever kort maar goed vertakt! Klimop kan goed gemaaid worden.

    De struikklimop is dan weer een topper in vakbeplanting. Zowel de H. colchica ‘Arborescens’ als H. helix ‘Aroborescens’ zijn decoratief in blad, bloem en bes. Stevige, uitgestoelde struiken à rato van 5/m². Snoei de eerste jaren regelmatig in.
  • Cornus: gekend omwille van het wintersilhouet. De lichtende gele, rode, oranje twijgen. Toch is er ook een variëteit die als ‘onkruidverdelger’ dienst kan doen: Cornus stol. ‘Kelseyi’. Dicht genoeg geplant, mooie lage heester met eveneens opvallende, roodoranje twijgen in de herfst- en winterperiode.
  • Euonymus fortunei var.: 8/m2! Makkelijk te scheren plant en goed dicht groeiend. Heel wat bekende variëteiten hebben gepanacheerde bladeren vb E. fort. ‘Emerald ‘n Gold’. Het is meestal niet wenselijk dit toe te passen in zeer grote vlakken. Het ‘rustgevende’ verdwijnt. Het is moeilijk een bonte achtergrond verder aan te kleden. Donkere hoeken daarentegen kunnen door dit geslacht opgelicht worden. Euonymus fort. ‘Dart’s Carpet’ is dan weer een groene bodembedekker die snel toedekt (zie foto blz...).
  • Spiraea: binnen de groep Spiraea zijn zeker niet alle variëteiten geschikt! Vele hebben last van witziekte; geelbladige cultivars hebben vaak te lijden van zonnebrand. Goede soorten voor gebruik tussen 10 en 20 m² (niet meer) zijn bv Spiraea arguta, Spiraea c. ‘Grefsheim’, Spiraea nipp. ‘Snowmound’, Spiraea betulifolia ... Voor nog kleinere ruimten kunnen ook nog de lager groeiende vormen gebruikt worden, zoals Spiraea jap. ‘Albiflora’, Spiraea jap. ‘Anthony Waterer’, Spiraea jap. ‘Little Princess,...’.
  • Mahonia: Ook al lang in gebruik is Mahonia aquifolium. Wil men hier goed mee afdichten, plant je dicht genoeg en scheer je regelmatig om massaal lager gelegen knoppen te laten uitlopen. De variëteit ‘Apollo’ is traag groeiend (hou hier rekening mee), goed uitstoelend en met grote bloemtrossen!  Mahonia wagneri ‘Pinnacle’ is dan weer een forse, stekelige groeier die mits voldoende scheerbeurten goed afdicht. Met dit geslacht maak je ondoordringbare blokken. Goede bloei, harde plant, makkelijk te snoeien.
  • Stephanandra incisa ‘Crispa’: overbekend, bladverliezend maar plant niet op al te droge plaatsen.
  • Ilex: vooral gebruikt in vakbeplanting voor het scheren van dichte blokken. Ilex crenata ‘Convexa’ (Chinese hulst) wordt al van oudsher gebruikt en zal omwille van zijn tragere groei een hoge plantdichtheid vragen. Eens gevestigd is het een keiharde plant die zeer weinig onderhoud vraagt.
  • Ook in de Amerikaanse hulst ligt toekomst. Bijvoorbeeld I. meservea ‘Blue Princess’ en I. meservea ‘Blue Angel’. Met hun donkere, blinkende bladkleur en hoge wintervastheid zijn het schitterende planten om ruimten op te vullen. Hulst wordt verhandeld in pot en volle grond. Plantdichtheid is hierdoor moeilijk aan te geven.
  • Symphoricarpos: vooral de bladverliezende S. ch. ‘Hancock’ klinkt bekend in de oren. Zeer dichte en snelle groei. Ook de andere, goed scheerbare sneeuwbessoorten worden veelvuldig in blokbeplanting gebruikt. Ze verschillen wat in groeihoogte en in kleur van bes.
  • Dennen: In ietwat oudere bestaande ruimten voeren de Pinus mugo ssp. (zie foto) de boventoon (zie dia). Het bodemafsluitende effect is trager doch goed. De laag naalden die zich in de loop van de groeijaren onder de dennen ontwikkelt versterkt nog de onkruidonderdrukking. Ook dennen kunnen laag en compact gehouden worden. Scheer in de periode dat de ‘kaarsen’ maximaal uitgegroeid zijn.
  • Coniferen: Juniperus media ‘Old Gold’ heeft groengeel loof, kan goed geschoren worden en groeit onverbiddelijk dicht. Juniperus com. ‘Repanda’ eveneens. ‘Ouderwets!’ wordt er geroepen. Tuurlijk maar leer eindelijk dit eens combineren met zogenoemde ‘moderne’ introductie. Laat een toef heesterrozen deze immer groene groep opfleuren. In de particuliere tuin is het gebruik van op stam geënte heesters een rage. Er zitten waardevolle dingen tussen die het reliëf en de kleur van zo’n beplanting kunnen bepalen. Denk eens aan Euonymus sachalinensis met zijn schitterende roodpurperen herfstkleur en de prachtige ‘kardinaalsmutsen’ in het najaar. De onderbeplanting is een must. Wat je ertussen plant bepaalt de look.
  • Potentilla: ganzerik bloeit vrij lang en groeit ook goed dicht. De levensduur van deze planten is echter relatief kort. Je zal er geen 20 jaar plezier van hebben. Potentilla frut. ‘Goldfinger’, Pontentilla frut. ‘Abbotswood’.
  • Prunus: terecht veel gebruikt omwille van de goede scheerbaarheid en hun wintergroen kleed. De lager blijvende Prunus l. ‘Otto Luyken’ versterkt zijn schoonheid door de  witte bloempluimen in de zomerperiode. Prunus l. ‘Zabiliana’ groeit sneller en breder. Prunus l. ‘Van Nes’, ‘Reynvaanii’, groeien wat hoger maar zijn uitstekend wintervast. De hagelschotziekten en meeldauw waar de laurier gekweekt in pot gevoelig voor is, komt bijna niet voor in vollegrond. Wel oppassen met overdreven N-bemesting wat dit wel in de hand kan werken! Verder zijn het sublieme soorten omwille van de neutrale, intens donkergroene kleur.

Haagplanten: duurzaam is het aanplanten van Taxus, Buxus, Carpinus, Fagus, Ligustrum, Acer campestre dicht bij elkaar en goed geschoren in blokken. Belangrijk is om in de buitenste rij van zo’n blok haagplanten goed tot beneden getakte planten te gebruiken!
Nu spreken we dus over kwaliteit! Vergewis je ervan bij de aanschaf van plantenmateriaal.

  • Carpinus: (haagbeuk) heeft als bijkomend voordeel dat zijn bladeren snel verteren en dit een aantrekkingspool is voor nuttige insecten! Beuk (Fagus) daarentegen heeft een blad dat in het voorjaar wordt afgestoten en lang rondslingert. Ook de beukenbladluis zorgt regelmatig voor problemen in jonge aanplantingen.
  • Veldesdoorn heeft een mooi gevarieerd blad en verteert eveneens gemakkelijk. Uiteraard wordt deze soort meestal opgekweekt als bosgoed en minder als haagplant. Zoek daarom in het geleverde plantenmateriaal de best getakte uit en plant deze in de buitenste rij.
  • Taxus en Buxus in blok geschoren zijn het meest duurzaam. Ze groeien trager en verlangen dus ook een hogere plantdichtheid. Hun regenererend vermogen is enorm. Opgepast! Taxus houdt niet van een natte standplaats!
Op deze website worden "cookies" gebruikt die op uw computer of toestel worden opgeslagen en die het gebruik van de website vereenvoudigen, vervolledigen en personaliseren. Lees meer...